|
||||
Aangebrande aardappelen“Eens voeren we bij slecht weer uit voor de terugreis. Halverwege stak er ook nog een sneeuwstorm op. Die erger en erger werd en we moesten tegen de wind in. De fok gooiden we neer. Ik wou niet voorstellen om maar terug te gaan, maar toen zei mijn knecht zelf: “Wat denk je wel, dat ik mijn leven wagen wil om morgen in de kerk te kunnen zitten?” Meteen wierpen we het roer om, vierden de schoor en gingen weer naar Urk. In Urk aangekomen zetten we de tent op. De tent, zo noemden we de afgeschutte ruimte die ontstond als we de klep omhoog haalden. Verder werd de ruimte beschermd door waterdicht zeil. Ideaal was het niet, maar het kon ermee door. Ook omdat er een kachel gestookt kon worden. Eerst zetten we koffie, dronken ze goed heet en aten er een stuk Deventer koek bij. Die koek heette toen de ´klaeikoeke` (kleikoek), omdat ze blauwachtig van kleur was als klei. We kochten ze in lange repen. De koek was prijzig, maar ook al waren we arm: Als we wat kochten, dan was het wat goeds. Ik zou nog best eens een stuk willen proeven, maar je ziet ze niet meer. We kwamen lekker bij en ik ging aardappels schillen. Door en door verkleumd als we waren, werden we slaperig bij de warme kachel. Ik prentte mijzelf in dat ik wakker moest blijven. De knecht, een jongmaatje, had de slaap al te pakken. Ik was toen ook nog maar een goede twintig. Ik waste de aardappelen, deed er wat zout op en zette ze met water op de kachel. Nog een turfje op het vuur en ik ging zitten. Maar toen ´bifoelen my de lea`, zoals we in het fries zeggen en ik sliep even vast als de knecht. Met een schok werd ik wakker en besefte meteen wat er gebeurd was. Het was te ruiken. De aardappels waren, zacht gezegd, aangebrand. Het water was verdamt. Er zat een dikke bruine korst op de bodem van de pan en de aardappels waren bruine knikkertjes geworden. Het waren onze laatste, zodat we tot maandag zouden moeten wachten voor we andere konden kopen. De speklapjes die ik erbij had opgezet, waren ook niet meer te eten. We hebben twee dagen op kleikoek geleefd. Hoe lekker ze ook was, we wilden toch liever gewoon eten.” |
||||
|
Copyright © 2010 | Laaxum: het kleinste vissersdorpje van Europa |
||||