Archief

Buurman

“Het gebeurde op een late avond met lichte maan. Er lag wat sneeuw en het vroor lichtjes. Het was weer voor de wilde eenden om zich in het ondiepe water van de slikgaten onder de dijk te begeven.

Ik kon het niet laten eens polshoogte te nemen en natuurlijk liet ik mijn geweer niet thuis. Tot mijn spijt waren er geen eenden te bekennen.

Toen hoorde ik opeens een schot. Wie mocht dat wel zijn? Wat was de buit? Ik er op af. Als hazen gingen er twee mannen voor me op de loop. Later bleek één van hen mijn buurman te zijn en ze hadden mij voor de politie aangezien.

Een poosje later ging ik er op een nacht weer eens op uit. Nu wilde ik door de slenken naar de zandbanken om te zien of er ook iets viel te beleven.

Ik had pake z´n laarzen meegenomen. Het water kan daar vrij diep zijn en daarom had ik lieslaarzen nodig. Daar het lastig lopen is op zulke hoge laarzen, trok ik ze pas aan op het strand bij de slenken en liet mijn klompen daar achter.

Ook deze keer was mijn tocht tevergeefs, zodat ik maar weer naar mijn klompen terugslenterde. Net had ik één klomp met één laars verwisseld, toen ik twee mannen over de dijk zag aankomen.

De andere klomp en de andere laars nam ik vliegensvlug onder de arm en maakte dat ik wegkwam. Hoewel ik op halve kracht moest rennen, hebben ze me niet gekregen, hoe ze ook hun best deden.

Evenmin als ik er in geslaagd was de man, die het schot loste, in te halen. Wat bleek? Eén van mijn vervolgers was dezelfde buurman, die voor mij het hazenpad had gekozen. We stonden quitte.”