Archief

Opzichter Mokkebank

“Ze vroegen mij opzichter te worden van de Mokkebank. Ik was destijds baas bij de visafslag en wilde vissers niet laten zitten. Ik bedankte voor de eer. Bauke, mijn broer, wilde wel. Als hij er tenminste evenveel mee kon verdienen als bij de boer. Dat lukte.

Mijn broer deed zijn best als bewaker van de Mokkebank, maar als hij er ´s morgens terugkwam, waren er altijd eieren verdwenen. Hij kon toch niet dag en nacht in de weer zijn! Op een keer kwam hij bij me en zei: “Hast it drok? Oars woe´k wol, datst ris even meikaemst”.

Samen gingen we naar de Mokkebank. Daar wees ik hem op strepen in het zand. Er was iemand langs gekropen, de punten van zijn klompen hadden lijnen in het zand gemaakt. De slimmerik wachtte natuurlijk tot mijn broer naar huis was om zijn slag te slaan. Ik gaf hem de raad net te doen of hij wegging, maar dan langs een omweg terug te komen. Dat deed hij en hij verborg zich in het riet.

Tot half één moest hij wachten, maar toen kon hij de dief op heterdaad betrappen. Hij sprong hem op de huid. Het was iemand uit Laaxum. Hij dreigde mijn broer, dat er heel wat zou gebeuren, als hij hem een bekeuring maakte. De bekeuring ging door, de man kreeg een boete van veertig gulden.”

Wigle Visser als opzichter van de Mokkebank